Um die Webseite optimal gestalten und Ihnen an Ihre Interessen angepasste, nutzungsbasierte Informationen zukommen lassen zu können, verwendet Daimler Cookies. Mit der Nutzung der Webseite stimmen Sie der Verwendung von Cookies zu. > Weitere Informationen erhalten Sie in den Cookie-Hinweisen.

Aannemen
  • V-Klasse
  • 06/2020
app store google play
X

Printen
Motorkap openen en sluiten
WAARSCHUWING Gevaar voor ongevallen door ontgrendelde motorkap tijdens het rijden

De motorkap kan zich openen en het zicht belemmeren.

Nooit de motorkap ontgrendelen tijdens het rijden.
Voor iedere rit controleren dat de motorkap vergrendeld is.
WAARSCHUWING Gevaar voor ongevallen en letsel bij het openen en sluiten van de motorkap

De motorkap kan plotseling in de eindstand vallen.

Voor personen die zich in het zwenkbereik van de motorkap bevinden bestaat gevaar voor letsel!

De motorkap alleen openen en sluiten als zich geen persoon in het zwenkbereik bevindt.
WAARSCHUWING Gevaar voor brandwonden bij het openen van de motorkap

Wanneer bij een oververhitte motor of bij brand in de motorruimte de motorkap wordt geopend, kunt u in contact komen met hete gassen of andere ontsnappende bedrijfsstoffen.

De oververhitte motor laten afkoelen alvorens de motorkap te openen.
Bij brand in de motorruimte de motorkap gesloten houden en contact opnemen met de brandweer.
WAARSCHUWING Gevaar voor letsel door bewegende delen

Componenten in de motorruimte kunnen ook bij uitgeschakeld contact blijven werken of plotseling in werking treden.

Voordat werkzaamheden in de motorruimte worden uitgevoerd het volgende in acht nemen:

Het contact uitschakelen.
Nooit in de gevarenzone van bewegende onderdelen, bijvoorbeeld het draaibereik van de ventilator, reiken.
Sieraden en horloges afdoen.
Kledingstukken en haren uit de buurt van bewegende delen houden.
WAARSCHUWING Gevaar voor letsel door het aanraken van spanningsvoerende onderdelen

Het ontstekingssysteem en het brandstofinspuitsysteem werken met een hoge spanning. U kunt een stroomstoot krijgen.

Nooit onderdelen van het ontstekingssysteem of het brandstofinspuitsysteem bij ingeschakeld contact aanraken.
De spanningvoerende onderdelen zijn bijvoorbeeld de volgende:
  • Bobine

  • Bougiestekker

  • Verstuivers

WAARSCHUWING Gevaar voor brandwonden door hete onderdelen in de motorruimte

Bepaalde onderdelen in de motorruimte kunnen zeer heet zijn, bijvoorbeeld de motor, de radiateur en onderdelen van het uitlaatsysteem.

De motor laten afkoelen en alleen de hierna beschreven onderdelen aanraken.
Als werkzaamheden in de motorruimte moeten worden uitgevoerd, alleen de volgende onderdelen aanraken:
  • Motorkap

  • Oliepeilstaaf

  • Afsluitdop vulopening motorolie

  • Afsluitdop ruitensproeiervloeistofreservoir

  • Afsluitdop koelvloeistofexpansiereservoir

AANWIJZING Beschadiging aan motorkap of ruitenwissers bij het openen van de motorkap

Wanneer bij het openen van de motorkap de ruitenwissers van de ruit weggeklapt zijn, kunnen de ruitenwissers of de motorkap beschadigd raken.

Controleren dat de ruitenwissers niet van de ruit verwijderd zijn.
Motorkap openen
Het voertuig op een veilige plaats en op een zo vlak mogelijke ondergrond parkeren.
Het voertuig tegen wegrollen beveiligen meer.
De motor afzetten.
Aan de ontgrendelingshendel van de motorkap trekken.

De motorkap is ontgrendeld.

In de uitsparing grijpen, de hendel van het motorkapslot naar links drukken en de motorkap optillen.

Als de motorkap circa 40 cm geopend is, wordt de motorkap automatisch door de gasdrukdempers geopend en geopend gehouden.

Motorkap sluiten
WAARSCHUWING Er bestaat gevaar voor brand door de brandbare materialen in de motorruimte of bij het uitlaatsysteem

Brandbare materialen kunnen ontsteken.

Vergewis u ervan dat – nadat u uw onderhoudswerkzaamheden hebt verricht - geen brandbare materialen achterblijven in de motorruimte of bij het uitlaatsysteem.
AANWIJZING Beschadiging van de motorkap door het dichtdrukken met de handen

Wanneer u de motorkap met beide handen dichtdrukt kan de kap beschadigd raken.

Laat de motorkap op de aangegeven hoogte vallen om de kap te sluiten.
De motorkap omlaagbrengen en vanaf een hoogte van circa 30 cm laten vallen.

De motorkap valt hoorbaar in het slot.

Controleren of de motorkap goed vergrendeld is.

Als de motorkap iets kan worden opgetild, is deze niet goed vergrendeld.

Als de motorkap niet goed vergrendeld is, deze opnieuw openen en met iets meer vaart sluiten.